dinsdag 17 februari 2009

Tomtom: hoe vind je de weg?

Dit overzicht is niet beschikbaar. Klik hier om de post te bekijken.

vrijdag 13 februari 2009

Van probleemstelling naar vragen.....


Misschien heb je al zicht op het onderwerp en een probleemstelling geformuleerd. Beide geven richting aan jouw onderzoeksvragen. Het is verleidelijk om hele complexe vragen te stellen, maar deze vragen zijn ook moeilijk te beantwoorden. Buiten dat is het belangrijk dat iedereen jouw vragen kan snappen. De kunst is om jouw onderzoeksvragen zo eenvoudig mogelijk en zonder onnodige franje te formuleren.
Hieronder vind je tien belangrijke kwaliteitseisen. Met andere woorden, als je aan deze eisen voldoet dan heb je waarschijnlijk goede onderzoeksvragen geformuleerd.
1. Een onderzoeksvraag is een vraag, er staat dus een vraagteken achter.Het lijkt een overbodige opmerking, maar loop eerst alle vragen na en controleer of de vraag ook daadwerkelijk als een vraag is geformuleerd.
2. Bedenk wat je gaat doen met het antwoord (waarom stel je deze vraag) Ook dit lijkt een open deur, maar als je niet goed voor jezelf kunt verwoorden wat je met het antwoord gaat doen, dan is de kans groot dat het een overbodige vraag is.
3. De vraag lijkt 'beantwoordbaar' De verwachting is dat in de literatuur aanknopingspunten zijn. De vraag is voldoende afgebakend (niet te breed en niet te smal), dus het antwoord te overzien. Het is realistisch om binnen de tijd die je hebt tot een antwoord te komen
4. . De onderzoeksvragen zijn onderverdeeld in hoofd- en deelvragen.Vaak werkt het verhelderend om vragen op te splitsen in hoofd en deelvragen. Dit kunt je doen als je bijvoorbeeld twee grote onderwerpen hebt in jouw onderzoek. Door het op te splitsen houd je het overzichtelijk.
5. Een hoofdvraag is een open vraag (het antwoord mag niet ja of nee zijn).
6. De deelvragen hebben een duidelijke relatie met de hoofdvraag.
7. De onderzoeksvragen zijn scherp geformuleerd: de vraag is concreet , de vraag is eenduidig, iedereen verstaat hetzelfde onder jouw vraag: verschillende interpretaties zijn onmogelijk. De vraag is enkelvoudig: de vraag bestaat uit één vraag en niet uit meer vragen. Is dit wel het geval, dan kun je ze het beste opsplitsen.
8. De onderzoeksvragen staan in een logische volgorde.
9. Er zijn geen onnodige onderzoeksvragen gesteld.
10. De onderzoeksvragen als geheel zijn volledig, met andere woorden, dekken de lading van de probleemstelling.
Wat kun je doen: bedenk dus eerst een probleemstelling en daarna:
Brainstorm over alle mogelijke vragen die je wilt stellen.
Groepeer de vragen die bij elkaar horen en bedenk waarom ze bij elkaar horen.
Formuleer bij iedere groep vragen een hoofdvraag en splits deze uit in deelvragen
Controleer of de vragen voldoen aan de kwaliteitseisen.
Werk verder aan je werkplan (onderdeel onderzoeksvragen): formuleer de onderzoeksvragen.

APA-gedoe



Je gebruikt bronnen bij het schrijven van jouw onderzoeksartikel. Uiteindelijk maak je een bronnenlijst waarin je een opsomming geeft van de gebruikte bronnen. Het verwijzen naar de bronnen die je gebruikt bij het schrijven van een eigen product heeft meerdere functies:
 je bent controleerbaar: anderen kunnen nagaan of je de informatie uit de gebruikte bronnen wel juist hebt begrepen en weergegeven
 de gebruikte bronnen hebben een invloed op jouw referentiekader: wellicht als je andere bronnen zou hebben gevonden was je tot een ander document gekomen
 je geeft lezers de kans ook die bronnen die jij hebt gebruikt te bestuderen, zo kunnen zij zich verder verdiepen in het onderwerp; literatuurverwijzingen zijn dus interessant
 je geeft de lezers een gelegenheid om een inschatting te maken van de betrouwbaarheid van jouw artikel, waar is jouw schrijfproduct op gebaseerd


Je kunt bronnen op meerdere manieren weergeven, maar een gangbaar systeem is het verwijzen naar bronnen volgens de APA-conventies. Deze conventies geven aan hoe je bijvoorbeeld moet verwijzen in de tekst, maar ook in de referentielijst of hoe je figuren en tabellen in een artikel verwerkt.


1a. Bronnen noemen in de tekst In de tekst zelf verwijs je naar de bronnen die je gebruikt. Je probeert voor belangrijke uitspraken die je in het artikel doet een onderbouwing te vinden in de literatuur. Een voorbeeld: Uit eerder onderzoek is gebleken dat motivatie een doorslaggevende factor is (Jansen en Libben, 2004). Of: Bij onderzoekend leren doorlopen leerlingen de stappen in een onderzoekscyclus (Alkema, 2003). Of: Volgens Driessen, Jansen en Jacobs (1999) zijn kinderen van nature gericht op het ontdekken van de wereld". Je noteert alleen de achternaam van de auteur(s) en het jaartal waarin de publicatie is uitgegeven. Of de bron nu afkomstig is van Internet, een boek of tijdschriftartikel. Voor iedere bron geldt dezelfde notatiewijze in de tekst. Je doet dit in goed lopende zinnen.


1b. Hoe citeer ik op juiste wijze? Een citaat is eigenlijk een bijzonder soort verwijzing omdat je de woorden van de auteur letterlijk overneemt. Wees hier terughoudend in en maak in de tekst duidelijk dat het een citaat betreft. Een voorbeeld: Jansen geeft in zijn oratie aan: "Studenten zijn hele slimme mensen" (Jansen, 2007, p. 12). Of: In de ogen van Besselink is dit helemaal juist: "het gaat niet om antwoorden maar om de vragen die erbij horen" (2003, p. 4).
Bij een citaat noteer je altijd de paginanummer waar het citaat terug te vinden is. pagina 3

2. Bronnen opgesomd in de literatuurlijst Je eindigt een document altijd met een opsomming van de gebruikte bronnen in een referentielijst. Alle bronnen die je in de tekst hebt genoemd (met achternaam en jaar van publicatie) komen in de literatuurlijst terug. In de literatuurlijst geef je meer informatie over de bron. Daarbij orden je de referenties op alfabetische volgorde van steeds de eerst genoemde auteur.

a. Verwijzing naar een boek: Huizinga, J., Besselink, E., en Zwiers, J. (2006). Noteren van bronnen in een notendop. Amsterdam: Swets en Zeitlinger. Auteur, voorletter, en auteur, voorletter. (jaartal van publicatie). titel cursief. Plaats waar de uitgeverij is gevestigd: naam van de uitgeverij.

b. Verwijzing naar een artikel: Bokkel, S. van., en Knaapen, M. (2007). Schrijven en cultureel kapitaal. Tijdschrift voor Tandheelkunde, 22(3), 212-242. Let op: de titel is in vergelijking met een verwijzing naar een boek niet cursief, maar de titel van het tijdschrift wel. Belangrijke woorden in de titel van een tijdschrift begin je met een hoofdletter. 22(3) slaat op het volumenummer en daarna volgen de paginanummers van het gehele artikel.

c. Verwijzing naar een internetbron: Sluiter, A. (2002). Onderwijs en managers, dat gaat niet samen. Verkregen op 23 augustus 2007 van: http://www.onderwijs.org/onderwijs%managers.html. Je neemt de gehele URL over, ook al staan hier rare symbolen in.

d.Verwijzing naar een krantenartikel: Appel, K. (1998, 4 augustus). Karel eet een appel. De Gelderlander, p. 16. Dus ook bij een bron van het internet zoek je een auteur en een jaartal van publicatie. Als deze niet zijn genoemd op een webpagina mag je twijfelen aan de betrouwbaarheid van een bron.

Zoeken maar!


Je hebt een probleem! Maar hoe zoek je nu bronnen? Uit reacties van jullie, begrijp ik dat een klein opfriscursusje geen kwaad kan:


Maak gebruik van verschillende zoekmachines op het internet:
Een metazoekmachine lijkt op een bekende zoekmachine die je al kent, Google. Alleen zoekt een metazoekmachine met verschillende zoekmachines tegelijk. Een voorbeeld is MetaCrawler en IxQuick.
Ga ook eens op zoek naar een stevige zoekmachine die ook meer wetenschappelijke bronnen opspoort. Deze bronnen zijn meestal wat verder 'verstopt' op het Internet. De gewone zoekmachines als Google vindt deze bronnen niet altijd. Twee goed bruikbare voorbeelden zijn ScholarGoogle en Scirus.
Daarnaast zijn er nog zoekmachines die een woordenspin voor je maken. Denk hierbij aan: Zoeken.NL of Davindi.


Als je Google gebruikt, gebruik het dan slim:
Beperk je zoekopdracht tot bestanden die tekstdocumenten zijn in plaats van webpagina's. Voorbeelden zijn Word-documenten of PDF-bestanden. Tik in het zoekvenster van Google (als je bijvoorbeeld onderzoek doet naar onderzoekend leren) onderzoekend leren filetype:pdf
Je kunt ook met behulp van Google definities opvragen. Tik in het zoekvenster van Google: define: inquiry learning
Maak ook gebruik om alleen binnen een website te zoeken. Tik in het zoekvenster van Google: onderzoekend leren site:www.knaw.nl
Gebruik de bronnen met kritische zin. Neem niet alles voor waar aan. Kijk eens op: http://www.webdetective.nl Geloof niets, wantrouw alles.
Uit het voorbeeld blijkt al dat je soms verder komt door als zoektermen ook Engelstalige zoektermen te nemen. Je afstudeerscriptie wint aan kwaliteit wanneer ook anderstalige publicaties zijn opgenomen in je literatuurlijst.


tip 3 Voordat je echt gaat lezen, maak eerst een woordenspin van de belangrijkste woorden bij je onderwerp.
De belangrijkste woorden helpen je bij het verder zoeken naar literatuur. Vaak zijn dit goede zoektermen die je kunt gebruiken.

Probleem


Een goed begin om met een onderwerp te starten is het in kaart brengen van een probleem. Uit de keuze van je onderwerp moet blijken dat je een probleem in kaart wilt brengen, een bijdrage wilt leveren om een probleem op te lossen. Begin dus met het nadenken welk probleem jou intrigeert. Als je bijvoorbeeld als onderwerp kiest: het ontwikkelen van een woordenschataanpak in de onderbouw, dan zul je móeten starten met vragen als: "Waarom doe ik dit?" "Welk probleem los ik hiermee op?" In feite moet je dit helder hebben, voordat je snel verdere stappen zet. Probeer het probleem eerst te definiëren vanuit de stage: is het voor de school een probleem? Waaruit blijkt dat? Misschien uit de gegevens van het leerlingonderwijsvolgsysteem? Heeft de directeur daar een opvatting over? Zijn er teambesprekingen geweest waarin het "probleem" aan de orde is geweest? Inventariseer die gegevens. Maar blijf er niet in steken: kijk ook verder: zijn er publicaties te vinden waaruit blijkt dat dit niet een probleem is dat alleen in jouw stage speelt? Zoek naar bronnen! Uiteindelijk is de mogelijke start van jouw afstudeerscriptie een beschrijving van het probleem, gebaseerd op ervaringen in de stage en studie van bronnen.

zondag 8 februari 2009

Laatste nieuws

Op weg! Ik heb bij Femke een verkeerd afstudeeronderwerp genoemd: haar scriptie zal gaan over het bevorderen van een goed pedagogisch klimaat in een groep met ook autistische kinderen. ALs domeindeskundigen benadert ze henny.mensink@ijsselgroep.nl en femie.raben@ijsselgroep.nl
Sanne en Rob zijn nu ook in de lucht: Rob met http://zelfstandigleren.blogspot.com waarin hij aankondigt een lijn zelfstandig leren voor het VO te willen ontwikkelen. Domeindeskundigen voor hem: elly.vanwageningen@ijsselgroep.nl en lilian.leferink@ijsselgroep.nl.
Sanne vind je op www.sannevanderlugt.blogpot.com . Zij wil voor het denken en de motivatie van leerlingen uit het VMBO stimuleren. De toegewezen domeindeskundigen zijn: erik.grootkoerkamp@ijsselgroep.nl en albert.deboer@ijsselgroep.nl

vrijdag 6 februari 2009

De experimentele groep is vrijwel vol!

De experimentele groep van 15 studenten is nu vrijwel rond. Vanochtend zijn Sanne van de Lugt en Rob Jansen bijgepraat. Zij zullen een weblog gaan inrichten: gegevens over hen volgen. Volgende week zal Manon Pelgrim instructie ontvangen.
Op schema kortom, wel een geplan om in de liofase studenten aan tafel te krijgen!